Suicidaal

Suïcidepogingen Nazorgprogramma SuNa nu ook voor volwassenen  

Na de start in 2005 van het Suïcidepogingen Nazorgprogramma SuNa voor jongeren, kon het succesvolle programma dankzij subsidie van ZonMw in 2017 worden uitgebreid naar alle leeftijden. In de periode november 2017 tot en met mei 2019 is hierdoor aan 324 cliënten in de leeftijd vanaf 28 jaar nazorg na een suïcidepoging geboden. De samenwerking met ketenpartners is uitgebreid en er is een werkwijze ontwikkeld om de nazorg te bieden. Dankzij presentaties op nationale en internationale congressen en bijeenkomsten maken inmiddels ook andere instellingen gebruik van het programma. Dit artikel bevat een overzicht van de ontwikkeling en de resultaten van de uitbreiding van SuNa naar alle leeftijden.  

Introductie SuNa 

In 2005 wordt SuNa in het leven geroepen. Aanleiding is een signaal van GGD Haaglanden over lacunes in de keten met betrekking tot de nazorg voor jongeren na een suïcidepoging. Onderzoek van de afdeling Epidemiologie van de GGD geeft aan dat onder Haagse Surinaamse (in Den Haag vooral Hindoestaanse) en Turkse (jonge) vrouwen suïcidepogingen relatief veel voorkomen.1,2 Ook vanuit de hulpverlening komen signalen dat deze jongeren moeite hebben met het vinden van hulp na een suïcidepoging. Hierop is SuNa in het leven geroepen voor jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 27 jaar. Vanaf 2017 heeft de preventietak van Indigo, Parnassia Groep, het programma overgenomen. Het doel van SuNa is te voorkómen dat jongeren na een suïcidepoging tussen wal en schip terechtkomen en opnieuw een suïcidepoging doen of suïcide volksgezondheid plegen.  

SuNa biedt nazorg en een vangnet voordat hulpverlening is ingezet, leidt de jongere toe naar passende zorg en draagt er mede aan bij dat de jongere in zorg blijft, als daar noodzaak toe is. Vanwege het stigma om psychiatrisch patiënt te zijn, komen zij vaak niet aan in de zorg of zien ze voortijdig af van behandeling. Terwijl deze groep van uitvallers nu juist vaak grote problemen heeft. De casemanagers van SuNa zorgen door hun laagdrempelige betrokken en outreachende benadering voor afname van deze weerstand.

Werkwijze SuNa jeugd 

Wanneer een jongere zich na een suïcidepoging meldt op een Haagse Spoed Eisende Hulp (SEH) wordt eerst somatische zorg geboden. Als de jongere na de behandeling met ontslag kan, rapporteren de SEH-medewerkers, na toestemming van de jongere,  

deze jongere aan de casemanagers van SuNa. Na een melding vanuit de SEH neemt de casemanager binnen twee weken telefonisch contact op met de jongere en begeleidt, stimuleert en adviseert hem of haar afhankelijk van de situatie. De cliënt en zijn/haar omgeving staan hierbij centraal; aan de hand van de wensen en mogelijkheden wordt passende zorg geboden. Door vroege signalering van achteruitgang en te kijken naar mogelijkheden voor snelle interveniëring, wordt getracht een volgende suïcidepoging te voorkomen. In eerste instantie gaat het om het bieden van nazorg na een suïcidepoging. Vervolgens probeert de casemanager de jongere in een geschikt hulpverleningstraject te krijgen, zowel met het oog op behandeling als voor ondersteuning bij praktische zaken, waaronder huisvesting. Indien nodig gaat de casemanager mee met de jongere naar de daarvoor geëigende instanties. SuNa-casemanagers volgen de jongere een half jaar, en zo nodig langer.  

 Aanleiding uitbreiding SuNa voor volwassenen vanaf 28 jaar 

Tijdige en passende zorg voor suïcidale mensen is essentieel. Onderzoek van het Trimbos Instituut veronderstelt dat 2,2% van de Nederlandse bevolking ooit een suïcidepoging onderneemt.3 Opmerkelijk hierbij is dat ongeveer de helft van de mensen meer dan één suïcidepoging doet. Uit een overzichtsartikel over recidief suïcidepogingen en suïcides in Europa komt naar voren dat in het eerste jaar na een suïcidepoging plusminus 16% van de mensen een recidief suïcidepoging doet en 2% suïcide pleegt. In dit eerste jaar na een suïcidepoging is het risico op een recidief zelfs 30-50 keer groter ten opzichte van de bevolking. 

De Haagse ziekenhuizen registreren in Den Haag (met in 2013 ruim 500.000 bewoners) jaarlijks gemiddeld 511 zelfdodingspogingen.6,7 Dit kunnen ook mensen van buiten Den Haag zijn. Dit getal is een onderschatting, omdat niet alle suïcidepogingen worden gemeld.  

Ongeveer twee derde van de patiënten met een suïcidepoging is ouder dan 27 jaar. Ook al heeft een suïcidepoging geen dodelijke afloop, deze gaat vrijwel altijd gepaard met groot psychisch leed, voor de persoon zelf, maar in veel gevallen ook voor zijn/haar naastbetrokkenen. Daarnaast kan suïcidaal gedrag een belasting vormen voor omstanders en instanties. Bovendien doen deze mensen vaak een groot appel op de verschillende hulpdiensten. Om deze redenen zocht SuNa naar uitbreiding voor alle leeftijden.  

Bij SuNa voor volwassenen staan de volgende doelen voorop: 

  1. Nazorg bieden na een suïcidepoging;
  2. Patiëntentoeleidennaar de juiste behandeling en zorg; 
  3. Het voorkomen van een recidief van suïcidaal gedrag;
  4. Afname van het aantal mensen dat belast wordt door getuigen te zijn van een (tentamen) suïcide. Dit door middel van uitbreiding van ketenpartners passend bij deze doelgroep en het ontwikkelen van een methodiek voor casemanagement.

De doelgroep bestaat uit cliënten die worden beoordeeld op de SEH vanwege een suïcidepoging of suïcidale gedachten in combinatie met concrete plannen om zich van het leven te beroven. De cliënt moet in Den Haag wonen. 

 Plan van aanpak 

Tijdens een uitgebreide voorbereidingsfase is naast de bestaande stuurgroep een projectgroep opgericht met deelnemers vanuit verschillende disciplines en organisaties, waaronder een ervaringsdeskundige. Door frequent overleg van de projectgroep is de werkwijze aangepast, is het project zoveel mogelijk  

gestroomlijnd en is de zorg zodanig opgezet dat deze het meeste rendement biedt. 

 Vanaf de start is het project SuNa voor volwassenen onder de aandacht gebracht van (mogelijke) ketenpartners en de gemeente door middel van voorlichting en presentaties. Er zijn nieuwe ketenpartners betrokken, waaronder Opvang Verwarde Personen, Brijder verslavingszorg, woonvoorzieningen vanuit de gemeente/sociaal domein, Gemeente (Jeugd en Maatschappelijke Ondersteuning), Crisisdienst, Middin/Kessler/Stichting Anton Constandse. Veel tijd is geïnvesteerd in een goede samenwerking tussen de verschillende ketenpartners en het creëren van korte lijnen met zowel de verwijzers als de overige ketenpartners.  

 Resultaten/successen 

 Zie de Tabel 1 voor de resultaten. Het aantal vrouwen met een suïcidepoging is hoger dan het aantal mannen. Bij aanvang is meer dan de helft van de volwassenen (54%) al in zorg. Bij een deel van de cliënten is ondersteuning geboden om het behandeltraject weer op te pakken of problemen hierin aan te kaarten. De casemanagers boden extra begeleiding. Van de overigen kon 22% worden toegeleid naar zorg. Dit percentage kan nog toenemen aangezien het toeleidingsproces voor een deel van de cliënten nog loopt. Na een eerste suïcidepoging deden drie cliënten in totaal acht keer opnieuw een suïcidepoging. 

Het samenwerkingsverband van ketenpartners is uit-gebreid en bestaat momenteel uit: SEH-afdelingen van HMC en Haga, Crisisdienst, Spoedzorg en Intensieve Behandeling Thuis, GGD Haaglanden, gemeente Den Haag, wijkteams GGZ alsmede de verschillende zorgbedrijven van de Parnassia Groep, 113 online, Sociale Wijkzorgteams, Centrum Jeugd en Gezin, Veilig Thuis, Stichting Wende, Jeugd Interventie Team, Kessler en Stichting Hulp en Opvang Prostitutie en mensenhandel. Tevens worden huisartsen van cliënten die zijn aangemeld, betrokken door de casemanagers. 

 Met behulp van de kennis en ervaring die was opgedaan met SuNa jeugd en de ervaring met SuNa volwassenen gedurende het project, is een methodiek ontwikkeld met een beschrijving van de SuNa werkwijze. Deze methodiek is een dynamisch document en wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast. 

Bij SuNa Jeugd ligt de nadruk op problemen op het gebied van scholing, (familiare) relaties en cultuurgebonden problematiek. Uit het begeleiden van volwassenen blijkt inmiddels dat vooral hulp nodig is op het gebied van financiën, relaties, huisvesting en eenzaamheid. 

Aandacht voor SuNa en kennisverspreiding 

Door middel van presentaties op nationale en internationale congressen en bijeenkomsten werd SuNa onder de aandacht gebracht. Op basis van de workshop tijdens het Internationale Suicide Preventie Symposium in Gent zijn de casemanagers uitgenodigd als hoofdsprekers tijdens de 11th National Suicide Prevention Day in Luxemburg dat plaats vond in oktober 2019. 

Ook vanuit de Parnassia Groep kwam SuNa in de schijnwerpers door het winnen van de Parnassia Prijs 2017 voor het meest innovatieve en veelbelovende project. 

Tot slot heeft SuNa – met steun van ZonMw – in oktober 2019 een eigen symposium georganiseerd. 

Knelpunten/leerpunten 

Het project is afhankelijk van het personeel van de SEH’s die de patiënten om toestemming moeten vragen om hen te verwijzen naar SuNa. Bij een deel van de cliënten is dit niet gebeurd, onder andere door de hoge werkdruk en het verloop van personeel binnen de betrokken ziekenhuizen. Daarom is het van groot belang om het doel en het nut van SuNa blijvend onder de aandacht te brengen. Ook waren bij een deel van de cliënten de gegevens niet compleet, waardoor het casemanagement hen niet kon bereiken. Binnen de projectgroep is geïnventariseerd waar dit mis ging en hoe dit te verbeteren is.  

Gezien de wachttijden binnen de GGZ liep het casemanagement met regelmaat langer dan zes maanden door. 

Een deel van de cliënten gaf geen toestemming voor verwijzing naar SuNa. Een klein deel van de cliënten was niet te motiveren voor behandeling of begeleiding. Dit ondanks verschillende pogingen van de casemanagers.  

Hoe nu verder? 

Allereerst wordt SuNa voor volwassenen gecontinueerd en uitgebreid. Met de omliggende gemeenten van Haaglanden zijn gesprekken gaande opdat SuNa ook voor die cliënten beschikbaar komt. In 2018 is in navolging van SuNa Den Haag in Rijnmond, Rotterdam, gestart met een door ZonMw gefinancierd project volgens de Haagse methodiek. Recent heeft SuNa Den Haag samen met SuNa Rijnmond en GGZ Breburg subsidie gekregen van ZonMw voor verspreiding en implementatie van de methodieken. Het interessante hiervan is dat dit niet alleen om nazorg na een suïcidepoging gaat, maar ook om vroegsignalering. Het betreft een ketenaanpak in de provincie Noord-Brabant die zich richt op het tijdig in zicht krijgen van mensen met een verhoogd suïciderisico. In deze nieuwe werkwijze worden personen met een verhoogd suïciderisico door middel van methodische taxatie, monitoring en ketenzorg beter en sneller in beeld gebracht en gehouden door de specialistische geestelijke gezondheidszorg. Ook wordt zo nodig passende zorg geregeld en wordt deze groep gedurende een jaar gemonitord. 

Tot slot blijkt uit onderzoek dat huisartsen suïcidaliteit bij depressieve patiënten niet altijd uitvragen. 

Daarom is het van belang om huisartsen te motiveren om te informeren naar suïcidale gedachten en hen waar nodig scholing te bieden voor het herkennen en interveniëren bij suïcidaliteit. Een uitbreiding van SuNa casemanagement voor huisartsen zou daarbij welkom zijn  

Dankwoord 

SuNa Den Haag wil alle betrokkenen hartelijk bedanken voor hun bijdrage aan deze methodiek, in het bijzonder ZonMw, Gemeente Den Haag, GGD, Parnassia Groep en de Haagse Ziekenhuizen.  

 

<<sep 2020>>
mdwdvzz
31 1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 1 2 3 4